Themaspel

Estafettes

Themaspel:

Voor Mechelen, Buggenhout en Sint-Truiden is het thema voor de gevorderden: la piscine.  In de namiddag gaan we verder in hetzelfde thema.

We introduceren dit themaspel aan de hand van een toneeltje.  Bv. we brengen een SLECHTE redder op het toneel en tonen het belang aan van een GOEDE redder (maître nageur).  Wat moet je allemaal kunnen om een goede badmeester te zijn?   

Voor de kleintjes: geen competitie-element -> we oefenen om goede redders te worden

Voor de groten: wél competitie-element -> de beste redders krijgen een ereteken !

Manon maakt kaarten om te markeren dat de opdracht goed uitgevoerd is.  Op het einde krijgen ze – als ze alle opdrachten goed uitgevoerd hbn – een medaille/ereteken.

Bij elke moni leggen de kinderen één proef af.  Na 20 min weerklinkt het liedje “au feu les pompiers” en wordt er doorgeschoven.  Er zijn vier opdrachten.  De laatste opdracht doen we allemaal tesamen, de andere drie apart. 

Een goede badmeester moet: zijn adem lang kunnen inhouden, goed kunnen fluiten, niet bang zijn van water, sterk zijn, goed afgetraind zijn.

Opdrachten voor de kleintjes :

- adem lang kunnen inhouden: maak een "aaaaa.." ketting.  De eerste zegt zo lang hij kan "aaaaaaa".  Als hij/zij stopt, begint de tweede.  Etc.  meet de tijd op.

- goed kunnen fluiten: zoek de fluitjes die verstopt zijn en fluit allemaal tesamen heel luid.   Laat de kinderen de fluitjes opnieuw verstoppen voor de volgende groep.  Al snel klaar ?  Fluit zelf een liedje en laat de kinderen raden welk liedje het is.  En .. wie kan er fluiten zonder fluitje ??

- niet bang zijn van water: Antoinette, attrape le ballon !  

  • De spelers staan op een rij schouder aan schouder. Eén speler heeft de bal en staat met zijn rug naar de spelers. De bal wordt gegooid en begint het liedje "Antoinette wie heeft de bal?" te zingen. De rij spelers vangt de bal op, ze wordt achter de rug verstopt en mag ook doorgegeven worden. De gooier mag pas kijken als het liedje gedaan is. De gooier probeert te ontdekken wie de bal achter zijn rug houdt. Hij heeft hiervoor 3 pogingen.
  • Variatie: FONS DE SPONS: Het spel gaat net hetzelfde als 'Antoinette wie heeft de bal'. Maar nu wordt er een spons naar achter gegooien. Wie de spons vangt gaat erop zitten. Degene die moet zoeken, draait zich om & zingt: "Fons, de spons is weeral zoek, iemand heeft een natte broek", en zoekt dan wie wel degelijk een natte broek heeft :-D. 
  • Tekstidee: “Devinez, devinez, qui a le pantalon mouillé ?”

- sterk zijn: touwtrekken

- goed afgetraind zijn: gebruik de kleurendobbelsteen om er lichaamsdelen in te stoppen (prentjes Jules).  Verzin bij elk lichaamsdeel een opdracht.  Bv. armen: doe 10 meter aan luchtzwemmen (duid parkoer aan): nagez la brasse, le crawl, le dos crawlé, le papillon.  2: Benen, 3: voeten, 4: buik, 5: op handen en voeten kruipen (als badmeesters een verloren vwp (bv. kleine oorbel) moeten zoeken, 6: springen met benen open en armen zijwaarts.  Probeer ook eens benen toe en armen zijwaarts.

Elk groepje voert alle opdrachten uit bij zijn monitor.  Dus de moni en zijn kinderen schuiven door naar een opdracht.  Dit doorschuiven kan onder begeleiding van een leuk muziekje (zelfs in het Engels: swimming in the pool, Bart Peeters -> of heeft iemand een vrolijk Frans alternatief ??  Mail zeker door ! ).

Opdrachten voor de groten: 

- adem lang kunnen inhouden: in een kommetje met water

- goed met water overweg kunnen: verzin enkele leuke waterestafettes

- niet bang zijn van water: Antoinette, attrape le ballon ! (zie hierboven)

- sterk zijn: touwtrekken

Nog een gaatje over ?

Een goede badmeester moet ervoor zorgen dat hij niet in slaap valt.  De monitoren gaan geeuwen, en jullie moeten ervoor zorgen dat jullie niet mee geeuwen.  Lukt dat ??? 



Voor Wemmel, Lummen en Beveren organiseren we "au feu les pompiers".

Intro: De moni’s zijn verkleed in brandweerman.  We leren het liedje “au feu les pompiers” aan en vertellen dat er te weinig brandweermannen zijn/ziek zijn en dat wij het brandweerkorps moeten versterken.  

Voor de kleintjes: geen competitie-element -> we oefenen om goede brandweerlui te worden

Voor de groten: wél competitie-element -> het beste brandweer-team krijgt een ereteken !

We maken brandweerkaarten waarop de moni’s vlammetjes kunnen inkleuren, om te markeren dat de opdracht goed uitgevoerd is.  Op het einde krijgen ze – als ze alle opdrachten goed uitgevoerd hbn – een medaille/ereteken.

Bij elke moni leggen de kinderen één proef af.  Na 20 min weerklinkt het liedje “au feu les pompiers” en wordt er doorgeschoven.  Er zijn vier opdrachten.  De laatste opdracht doen we allemaal tesamen, de andere drie apart. 

Voor de kleintjes:

Poste 1:  brandweermannen moeten gespierd zijn.  Met de dobbelsteen waarin kaartjes van Jules met de lichaamsdelen in zitten, rollen de kinderen.  Komt het op armen ?  Ze moeten 20x pompen.  Etc.  

Poste 2: brandweermannen moeten door smalle openingen kunnen kruipen.  Speel levend tapijt.  Of ze spelen Wespen-tikkertje.

Poste 3: een teambuilding activiteit.  Met grote dank aan Kristien:

Ballon: de ballon moet x keer de hele kring rond getikt worden zonder de grond te raken. De ballon moet bij iedereen geweest zijn en je mag maar 1x tikken per ronde. (De ballon is "gloeiend heet" en moet zo snel mogelijk rond gaan)

Hoepel: de groep geeft elkaar de hand. Op 1 plaats wordt de kring open gemaakt en wordt een hoepel over de arm gehangen. De hoepel moet de hele kring rond gaan en iedereen moet door de hoepel gaan. (de brandweer moet soms door kleine ruimtes klimmen en moet hier dus voor oefenen)

Touwtjes: (nodig: even veel touwtjes als de helft van het aantal kinderen) De moni houdt alle touwtjes ih midden vast zodat de uiteinden aan weerskanten van je hand bengelen. Elk kind neemt een uiteinde vast en laat het niet meer los. Wanneer de moni de touwtjes loslaat moet de groep de touwtjes ontwarren door over en onder elkaars touwtje te stappen. Als het lukt staan de kinderen uiteindelijk per 2 en hebben ze de challenge tot een goed einde gebracht. (Huisdier zit vast en moet bevrijd worden) 

Opdracht 4: een activiteit tesamen.  Dikke Bertha bv. waarbij de pakkers de vlammen zijn.

Voor de groten:

Poste 1: Oversteekspel op 2 stoelen en touwtrekken.

Poste 2: links-rechts tocht waarbij iemand geblinddoekt is en/of morse seinen ?? -> nog zorgen voor papiertjes met morse-codes.

Poste 3: Voorstel (Kristien): op een tafel staat een rij blikken met verschillende gekleurde vlammetjes er op. Een aantal meter verderop ligt/hangt een tekening en stiften. De kinderen staan achter een lijn en schieten om de beurt met een waterpistool een blik omver. Bijvoorbeeld het blik met het groene vlammetje. Dan lopen ze meteen door naar de tekening en kleuren ze 1 onderdeel in met de groene stift. Wiens tekening helemaal af geraakt krijgt de meeste punten, de volle 3 vlammen :) 

Opdracht 4: tesamen Dikke Bertha.  Wie het laatst overblijft, diens team krijgt de punten.

We leggen de opdrachten steeds boeiend uit: bv. links-rechts tocht: waar er vuur (du feu) is, is er … (kinderen: rook !) juist, “de la fumée”  Kan je goed zien als je door “la fumée” stapt ?  Neen, goede brandweermannen moeten dat wél kunnen, etc. etc. 


Groepjes Lummen:

les plus jeunes: 3 groepjes van 7 à 8 kinderen

les grands: 2 groepjes van 9 kinderen

Groepjes Beveren:

les plus jeunes: 2 groepjes van 8 kinderen

les grands: 3 groepjes van 6 à 7 kinderen


Estafettes:

In plaats van het thema-spel kunnen we met de groten estafettes spelen

>